home   kalender   informatie   uit in groep   wandelen   fietsen   artikels   contact     
Artikels over de Abdij
De zandgroeven van de abdij Affligem
Het Collège St.-Benoît
De windmolen van de abdij
Vakschool tuinbouwkunde
Een kluiskapel legende
Het eeuwigheidsvogeltje
Beschermde monumenten
Abdij Affligem, een geschiedenis
Het klooster van Affligem ligt op Hekelgem
Van Melkerij tot Cultureel Centrum
Artikels over hop
De Hopteelt
Het werk van de brouwer
Geschiedenis Abdijbier
Galg Boekhoutberg in hopast
Artikels over monumenten
Hopast Lindthout
Beschermde monumenten
Van Peteghemorgel
Het orgel van Essene
De zwarte populier
Ankerplaats Kluisbos-Faluintjes
Artikels over Affligem
Cider maken in Affligem
Straatnamen
Boerenmarkt Teralfene
De Papeter
De Zotten
Op zoek naar onze orientatietafel

Affligemse Vakschool voor Tuinbouwkunde Abdij Affligem

Affligemse Vakschool voor Tuinbouwkunde

auteur: Ben Vermoesen

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog hadden de boeren uit onze streek het moeilijk. Door de sterke bevolkingsaangroei in de 19de eeuw vonden de jonge landbouwers moeilijk een geschikt bedrijf waar ze zich konden vestigen. Dat probleem werd nog versterkt doordat ze vooral aan akkerbouw en hopteelt deden, wat grote oppervlakten vereiste. Tuinbouw en bloementeelt boden daar een oplossing voor, zeker omdat Brussel een grote afzetmarkt was. De crisis in de landbouw was ook een grote zorg voor de geestelijkheid. Zij wilde de boerenkinderen aan werk in eigen streek helpen om zo de trek naar de industriesteden tegen te gaan. Het is best mogelijk dat het initiatief van de abdij om mee te werken aan de oprichting van een tuinbouwschool, kaderde in dit streven. Ook pastoor Willems van Hekelgem deelde die bezorgdheid en spoorde zijn kerkmeesters aan om de lessen te volgen.


 

Op zondag 29 juni 1913 eindigde het eerste leerjaar 1912 – 1913 van de Tijdelijke Vakschool voor Tuinbouw te Affligem. De oprichter was het ministerie van Landbouw en Openbare Werken. De lessen, gegeven op zondagvoormiddag van 10.30 tot 12 u.,  gingen door in De Mariagroet, een gebouw tegenover de ingang van de abdij. De Mariagroet, later gebruikt als garage en scoutslokaal is nu verdwenen, was oorspronkelijk bedoeld om er bedevaarders in te ontvangen. Het werd samen met de kerk en de kloostervleugel in 1880 gebouwd. Het bestond uit twee lokalen. Volgens dom Wilfried is de naam ontleend aan het tijdschrift De Mariagroet uit Affligem, het orgaan van de Broederschap van O.-L.-Vrouw van Affligem waarmee dom Ursmarus Van Haver in 1900 was gestart. Dom Hildebrand De Bie was de directeur. Hij was afkomstig van Baardegem en had te Rome in Sant’ Anselmo van 1902 tot 1904 filosofie gestudeerd. Op 16 maart 1907 ontving hij met nog drie confraters de priesterwijding. Gedurende twee jaar (1910 – 1912) was hij bibliothecaris in de nieuwe Affligemse stichting van Heide-Kalmthout. In de lente van 1912 was hij nog enkele maanden leraar Nederlands aan de abdijschool van Maredsous. Volgens dom Wilfried was men in de abdij heel tevreden met de nieuwe vakschool want toen het decreet tot oprichting door de minister was ondertekend, kregen de monniken een extra recreatie met koffie en roken.

 

Dom Hildebrand als legeraalmoezenier

 

 

 

Het programma zag er als volgt uit: 10 lessen over boomteelt gegeven door J. Louis uit Laken, 10 lessen groententeelt door F. D’haese uit Aalst, 10 lessen bloementeelt door I. Roekens hoofdhovenier van den Brusselschen Botanieken Hof en dan nog 5 lessen algemene kennis door Van Orshoven, een landbouwingenieur uit Hoeilaart. Het lokaal was met zorg ingericht zoals blijkt uit de beschrijving van dom Wilfried en zoals te zien is op de bijgevoegde foto. Er stonden een grote tafel, twee kleinere en drie schoolbanken. Aan de muren hingen panelen voor zaden en meststoffen, gravures van bloemen, groenten en vruchten en een entenbord. Er waren bokalen voor zaden en meststoffen, een bibliotheek met 127 werken over bomen-, groenten- en bloementeelt, vaktijdschriften en 26 catalogen. Volgens het Boek- en Zaakregister der Vakschool voor Tuinbouw, bewaard in het archief van de abdij, waren er ook Franstalige en Engelse tijdschriften en zelfs het beknopt Verslag der Kamer van Volksvertegenwoordigers. Praktijklessen, snoeien bijvoorbeeld, gingen door in de abdijtuin. De abdij met De Mariagroet, links onderaan

 

Van bij de start kenden de lessen een groot succes. Op de eerste lesdag op 10 november 1912 waren er ongeveer 150 leerlingen. Gemiddeld volgden er zo’n 55 de lessen. Dom Hildebrand, vergezeld door dom Romarius en broeder Tobias, organiseerde dat eerste jaar voor 17 leerlingen een uitstap naar de floraliën en de wereldtentoonstelling te Gent op 29 april 1913. Wie met succes deelnam aan de (niet verplichte) examens kreeg een getuigschrift dat toegang verleende tot het tweede leerjaar.


Op zondag 12 oktober 1913 startte de tweede reeks lessen met dezelfde lesgevers, behalve M. Van Orshoven die ontslag had genomen en vervangen werd door Van den Abeele van Heverlee. Leraar M. Louis nam tijdens de eerste les de gelegenheid waar, aldus De Volksstem van 19 oktober om onder de vorm van inleiding eenige welgepaste gedachten uiteen te zetten. Hij benadrukte dat het niet genoeg was hier op de banken te komen zitten om alleenlijk toe te luisteren. Neen, ook buiten de klassen moet er worden gewerkt. Daartoe zal het nodig wezen nota’s te nemen, om die dan thuis in de vrije uren te verwerken en uit te breiden. Daartoe zal het nodig zijn dat gij onder u in de leeszaal – die altijd open zal zijn (maandag en donderdag uitgezonderd) vergaderingen belegt om samen de gegeven lessen te bespreken. De lange winteravonden zult gij besteden aan het lezen van vakboeken en vakbladen.

 


Tijdens het tweede jaar volgden gemiddeld 40 jonge mannen de lessen. Al op 20 oktober 1913 stichtte het bestuur een studiekring om door verslagen, onderlinge mededeelingen, besprekingen, het opperen en oplossen van moeilijkheden enz. de gegeven lessen te herhalen en ze zoo beter in het geheugen te prenten. Ook tijdens dit leerjaar organiseerde dom Hildebrand studiebezoeken. Op 12 april 1914 trok hij met 12 studenten voor drie dagen naar de bloemenvelden van Haarlem en de serreculturen van ’t Westland en op 19 april bezocht hij met 52 man de koninklijke serres te Laken. Het eindexamen vond plaats op 25 juni 1914 voor een jury, aangesteld door het ministerie en onder het voorzitterschap van M. Joossens.

 

 

Behaalden het getuigschrift:
Van Mulders Louis, Essene met 92%
Fieremans Jozef, Moorsel met 84,5%
Vergauwe Victor, Hekelgem (= broeder Tobias) met 84%
Robijns Alfons, Hekelgem met 82,5%
De Schrijver August, Hekelgem met 80%
Camermans Amandus, Essene met 73,5%
Wambacq Benedictus, Hekelgem met 70,5%
Bruyninckx Désiré, Meldert met 69,5%
Fasseel Alfons, Meldert met 65%

 

Het bekomen getuigschrift gaf recht op voorrang bij de aanwerving als staatshovenier en in staatsdienst tot rangschikking als geschoold werkman met verhoogd loon. Onderwijzers met dit getuigschrift mochten les geven in de vierde graad en kwamen in aanmerking om voor het Tuinbouwambt voordrachten te geven.

Voor het overgangsexamen van het eerste jaar slaagden:
Podevijn Camille, Hekelgem met 88%
Coersens Louis, Wieze met 82,5%
Beeckman Sylvain, Meldert met 74,5%
De Smet Aloïs, Hekelgem met 73,5%
Walraevens Frans, Hekelgem met 70,5%
Bornauw Henri, Hekelgem met 70%
Van Gyseghem Pierre, Aalst met 61,5%.

 

Op 31 juli 1914 werd dom Hildebrand gemobiliseerd en bleef tot 1919 als aalmoezenier in het leger. Om de eerstejaars de kans te geven hun opleiding te voltooien, gingen de lessen van het tweede jaar toch door. Dom Lucas Devroye nam de functie van directeur van dom Hildebrand over. Op 9 november werden de kosteloze lessen in de Affligemse Tuinbouwschool hervat met de volgende leerkrachten: M. Seghers van Sint-Joost-ten-Node voor algemene wetenschappen, Beeckman van Moorsel voor fruitteelt, F. D’Haese van Aalst voor groenten en Roekens van Brussel voor bloementeelt. Het totale programma omvatte 75 lessen.

 

 

Na de oorlog startte men in 1919 opnieuw met de lessen tuinbouw met dom Theodoor Van Hauwermeiren als directeur en dom Constantinus Bosschaerts als leraar. Tegelijkertijd kwam er in Aalst ook een Vakschool voor Tuinbouw met dezelfde lesgevers als in Affligem. De lessen daar gingen door op donderdagavond en zondagmorgen in de militiezaal van het stadhuis.  Over het verder  verloop van de lessen in Affligem is er geen enkele informatie. Heeft men de lessen voortijdig gestopt of heeft men na dit leerjaar de leerlingen doorverwezen naar Aalst? De lessen in de militiezaal in Aalst gingen de volgende jarenwel nog door.


Er is een opvallend verschil tussen het grote aantal leerlingen dat de lessen volgde en het geringe aantal geslaagden voor het overgangsexamen en het getuigschrift. Waarschijnlijk wilden de meesten zich enkel bekwamen in hun vak, vooral de groenten- of bloementeelt en daarvoor hadden ze geen getuigschrift nodig. Veel van de jonge mannen hadden amper de lagere school gevolgd en al enkele jaren geen boek meer aangeraakt. ‘s Avonds na het werk nog studeren was dan niet evident. Hun belangstelling ging zeker uit naar de praktijk. In elk geval ontstonden er in de hele omgeving veel bloemenkwekerijen en dat was zeker het gevolg van de lessen in de Affligemse Vakschool voor Tuinbouwkunde.

 

Schepen toerisme: leo.deryck@affligem.be    ©       webmaster: mark.touchant@hotmail.com