Kluiskapel

De geschiedenis van de Kluiskapel gaat terug tot de 7de of 8ste eeuw. De H. Ursmarus, abt van Lobbes (Henegouwen) die in onze streek het geloof verkondigde, zou op die plaats een kapel hebben laten bouwen.

In 1085 kwam ze in het bezit van de abdij Affligem. Het huidig gebouw (1785) is slechts het koor van de verdwenen kerk. Het beeld van O.-L.-Vrouw, tronend boven het altaar tussen 2 engelen, wordt vereerd tijdens de begankenis van Beloken Pasen.

De glasramen beelden 2¬† legenden van de Kluis uit. Het glasraam links vertelt dat een monnik, mediterend over en psalm naar het bos wandelde en wel 300 jaar naar het gezang van een vogel bleef luisteren alvorens terug te keren naar zijn abdij. Het raam rechts toont ons dom Radulphus die al 16 jaar niet meer had gesproken en een geweldige abdijbrand doofde met de woorden: “Vuur sta terstond”. Hij zou in de kapel begraven zijn.

Dichtbij  bevindt zich het Kluizeputteken, een bron waaruit de Hekelgemse kindjes worden geboren. Als je dat gelooft, kun je, met je oor op de rand van de put, de kindjes horen schreien. Sinds 1976 hebben de Vrienden van de Kluis zich ingezet voor de restauratie van de kapel en het herstel van de begankenis.