Hoeve De Witte

 

 

 

 

De hoeve is een semi-gesloten hof uit 1752 met geplaveide binnenkoer waarvan een deel van de stallen werd afgebroken of verbouwd. De grote inrijpoort is overluifeld met een schilddakje en heeft een zandstenen rondboog. De woning heeft één bouwlaag en een zadeldak met laadvenster.

 

De zandstenen kruisvensters en de mooie steekboog-deur geven het huis een zekere grandeur. Het is een witgekalkte baksteenbouw met gecementeerde plint. Op de binnenkoer is nog de vierkante schouw te zien van de 19de-eeuwse stokerij. De verbouwingswerken in 1975 – 1976 veranderden het interieur om er een drankgelegenheid van te maken. Een tijd lang was het een populaire taverne maar nu is het een restauratieatelier voor meubelen.

 

De hoeve dankt haar naam aan de familie De Witte die er woonde en vanaf 1686 aan de abdij vier generaties griffiers leverde. De griffier was een ambtenaar van het leen hof en de schepenbank van de abdij die toezag op de toepassing van het leenrecht, de notulen verzorgde en akten van erfenissen of overdracht van goederen opstelde. Hij hield de inventaris van de abdij bij en leverde jaarlijks een afschrift ervan in bij de abt. Gezien zijn vertrouwensfunctie moest hij een eed van trouwheid afleggen.

 

Bij griffier Benedictus De Witte vond de laatste proost van de abdij, dom Beda Regaus, een schuilplaats nadat de monniken in 1796 uit de abdij verdreven waren en nog twee jaar op het kasteel Overham verbleven hadden. Hij kon er ook een deel van de waardevolste stukken van de abdij verbergen, o.a. het beeld van O.-L.-Vrouw van Affligem, de staf en de kelk van de H. Bernardus en het abdijarchief. Dom Beda stierf er op 90-jarige leeftijd in 1808.

 

Toen in 1898 het beeld van O.-L.-vrouw vanuit Dendermonde, waar het in veiligheid was gebracht, naar Affligem terugkeerde, vertrok de processie van aan de Hoeve De Witte. De monniken wilden op die manier de familie die mee het beeld had gered eer betonen.

 

Op een avond vielen de sansculotten het hof binnen op zoek naar de proost die echter al in bed lag. Toen ze de oude man zagen, lieten de soldaten hem verder met rust. De volksfantasie dikte later het verhaal flink aan. Dom Beda zou in het echtelijke bed gelegen hebben met de pasgeboren baby van de boerin in zijn armen en met haar slaapmuts op. Bij het zien van zoveel ouderlijk geluk lieten de soldaten de jonge moeder met rust.