Brochures over Affligem

Hopasten Affligem

Hop is als een groene (lei)draad met Affligem verbonden

Wie vroeger in de zomermaanden de heuvelachtige streek van Affligem bezocht werd getroffen door de groene hopvelden, het sieraad van onze streek. Schoon zijn de hopvelden in de zomer wanneer de ranken het toppunt der staken bereikt hebben en met honderden bellekens prijken.

In loodrechte lijn beplant en buitengewoon onderhouden, steken de hopvelden sterk af tegen graanakkers wier goudgele halmen heen en weer wiegelen. Dat de hopteelt in Affligem goed boerde heeft ze waarschijnlijk te danken aan de Abdij Affligem.

Hop is als een groene (lei)draad met Affligem verbonden en heeft Affligem laten groeien tot de mooie gemeente welke ze nu geworden is. Wat overblijft van onze Affligemse hopcultuur moeten we als erfgoed bewaren, als een dankbetuiging aan onze hopboeren en hopteelt. Het is een schone cultuur die hop, het is een verheven plant en ze reikt hoog in de lucht, zou men ze niet méér ophemelen?

Met deze brochure, die je kan downloaden, willen we de nostalgie en romantiek van onze hopverleden ontdekken en de jeugd stimuleren meer aandacht en eerbied te geven aan wat onze voorouders hebben nagelaten.

Op bedevaart naar de abdij Affligem en Kluiskapel

Een bedevaart is een ingetogen reis naar een religieuze of spirituele plaats. Bedevaarten kennen een lange geschiedenis. Er kan worden aangenomen dat de behoefte om naar sacrale plaatsen te trekken universeel is en van alle tijden in alle wereldgodsdiensten.

De Mariadevotie in de abdij Affligem kwam reeds tot stand onder de eerste abten die Mariavereerders waren. Pas in de tijd van de contrareformatie nam de Mariadevotie als volksdevotie een hoge vlucht in het begin van de 17de eeuw. In 1624 stelde de toenmalige proost Van Haeften de processie in op het feest van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart.

Honderd jaar geleden werd dit jubeljaar 1924 gevierd met een Mariacantate van componist A. Verhaegen in de abdijtuin met een 7000 aanwezigen. Over de start Mariaverering aan de Kluiskapel tast men eerder in het duister.

Er zou reeds een Keltische cultus rond een breedeik en een broncultus geweest zijn in de omgeving van de kapel. Later kwam er de cultus rond de Heilige Radulfus (feestdag 30 april), één van de kluizenaars en monnik abdij Affligem uit de 12de eeuw, die in de Kluiskapel begraven werd. De relieken kregen allerhande wonderbaarlijke en geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld.

Wanneer de Radulfuscultus verdrongen werd door de Mariaverering is niet geweten. Volgens Hendrik Van Caelenberghe zou dit in eind 12de eeuw-13de eeuw geweest zijn. Dan zou het 15de-eeuws insigne dat hij gevonden heeft in Arnemuiden mogelijks toebehoren aan de Kluiskapel Hekelgem en van grote waarde zijn voor ons erfgoed.

Het middeleeuws succesverhaal van de bedevaarten bleef niet overal overeind. Aan het einde 19de en 20ste eeuw leefde de bedevaartstraditie opnieuw op doordat de Kerk en het geloof in die periode opnieuw hoogtijdagen beleefden. Ook in de abdij Affligem was er wederopbloei van de devotie tot Benedictus met een eerste bedevaart in 1871 en later bij de terugkeer van het miraculeus Mariabeeld uit Dendermonde bedevaarten naar beide heiligen met hun beelden elk onder een baldakijn links en rechts voor het koor in de neogotische kerk.

Aan de Kluiskapel was er een heropbloei vanaf 1911 met een Kluizenkermis en begankenis rond de Mariakapel om haar voorspraak af te smeken voor een gunst, vooral tegen kinderziekten en koorts en voor een vlotte bevalling, of om haar te eren of haar te bedanken. Vanaf de jaren ’60 verloren veel mensen hun geloof in de Kerk en dit had tot gevolg dat er minder en minder mensen op bedevaart gingen.

Affligem Hopland

De hop uit Affligem en die van de hele regio Aalst – Affligem – Asse, werd ooit het groene goud genoemd omdat ze in de loop der geschiedenis welvaart bracht voor onze mensen. Ze genoot zo’n goede reputatie dat ze in heel europa bekend was. Het moet dan ook niet verwonderen dat de hop het hele leven van de mensen doordesemde.


Vooreerst vereiste de teelt een heel intensieve arbeid en bijgevolg waren de meeste bewoners erbij betrokken, vooral voor het oogsten van de bellen waren, voor de machines hun intrede deden, veel plukkers nodig.Maar ook in de geneeskundige verzorging, in het ontspanningsleven en het taalgebruik en zelfs in het geloof en het bijgeloof was de hopcultuur pertinent aanwezig.

De hop bepaalde zelfs het uitzicht van onze streek: wie in de zomermaanden de heuvelachtige streek van Asse doorreist, wordt er getroffen door de groene hopvelden, een werkelijk sieraad van deze streek, schreef René mertens in 1954. Daar blijft echter niets meer van over. Er zijn alleen nog enkele getuigen die herinneren aan de tijd van de vele lochtings, aan de hoppluk toen de droogasten hun heerlijke geur verspreidden: in Asse het beeldhouwwerk van de Hopduvel en de Hopduvel-feesten, in Meldert enkele hopplanten aan staken op het Dorpsplein, in Aalst de Hopmarkt en het altaar van Sint-Rochus in de Sint- martinuskerk en de Sint-Rochuskapellen van Meldert enTeralfene.

Nu de laatste hopboeren er het bijltje bij neerlegden, kunnen we niet aanvaarden dat de hopcultuur, die eeuwen lang het leven van de mensen bepaalde en het uitzicht van onze streek kenmerkte, zomaar totaal zal verdwijnen.


in Affligem werd het laatste hopveld in de zomer van 2007 gerooid en was er niets meer dat herinnerde aan die eens zo bloeiende cultuur. gelukkig reageerde het gemeentebestuur op passende wijze door de heraanleg van een lochting in het dal rechtover de abdij. De ligging is goed gekozen: nabij het Cultureel Centrum Abdij Affligem – een druk bezocht toeristisch centrum – en op een plaats waar vijf eeuwen lang de hop stond die gebruikt werd voor het brouwen van het beroemde Affligembier. Zo blijft de hop opvallend aanwezig en verrijkt ze het toeristisch aanbod van onze gemeente.

Hopscheuten, een Belgische delicatesse


In het vroege voorjaar, wanneer de winter wijkt en de eerste zonnestralen zich aandienen, broedt er iets. De hopplant, vaak al tientallen jaren oud, gaat dan uitschieten. De hopperanken díe we in de maanden augustus en september aan de draden zien wiegen, zijn nu reeds beginnen te groeien. Dit prille begin van een hoprank is een hopscheut. Oppervlakkig is dit nauwelijks te zien, maar een kenner weet wel beter. Op het moment dat de grond aan de oppervlakte barstjes begint te vertonen, beseft hij dat er zich ondergronds een wonder aan het voltrekken is.

Elk seizoen is anders en volledig afhankelijk van het weer. Vijftig jaar geleden deed een conservenfabrikant hopscheuten in blik, hetgeen aangeeft dat de hopscheut ooit een gewoon volksvoedsel was. Tegenwoordig is de hopscheut een delicatesse die niet goedkoop is.

Als je weet dat de hopscheuten al in februari en maart worden geoogst, dikwijls in barre en natte weersomstandigheden en dat deze met de handen uit de koude natte grond moeten gehaald worden, dan besef je dat de hoge prijzen niet abnormaal zijn.


Een scheutje weegt 1 gram en er is dus heel wat handenarbeid nodig om 1 kg van dit witte goud te vergaren. Hopscheuten zijn een bioproduct dat je enkel versgeplukt kunt eten. Je kunt ze niet invriezen of op een andere manier bewaren zonder kleur­ en smaakverlies. Hun smaak is fris, aards zoals truffel of schorseneer. Rauw zijn ze het lekkerst, maar je kunt ze ook bakken of traditioneel bereiden met een romige saus.


Misschien bent u al aan het watertanden? In dit receptenboekje vindt u een aantal recepten om zelf met hopscheuten aan de slag te gaan.
Smakelijk!