Activiteiten Kalender Wandelroutes Groepsuitstappen Fietsen Blikvangers Contact

 



Pastorie van Essene

 

De pastorie werd opgericht door de abdij Affligem in 1758. Het diende als woonhuis voor de pastoors tot 1971, daarna werd het gemeentehuis van Essene, waar ook de diensten van het OCMW werden ondergebracht.

 

Vervolgens werd het terug pastorie met pastoor Jansen als bewoner. In 1975 werd het beschermd als monument. Het gebouw werd aangekocht door de groep Michiels en prachtig gerestaureerd.

Op iets meer dan 40 meter boven de zeespiegel, in de onmiddellijke buurt van de kerk, achter hoge muren ligt één van de mooiste gebouwen van de gemeente. De pastorie was eertijds een lemen huis bedekt met stro en de verblijfplaats van de pastoor.

 

In 1105 werden zowel de kerk van Hekelgem als Essene door Otto II, bisschop van Kamerijk, aan de abdij van Affligem als patronaatskerk geschonken en tot 1274 vormden ze één parochie met één pastoor. Gedurende die periode resideerde hij in de pastorie van Essene.
We vinden nog terug dat in 1568 het oude woonhuis met stallen in brand gestoken werd. Die muitende bende uit Aalst pakte ook het meubilair van de kerk aan. Meer dan vijftig jaar heeft het perceel met een oppervlakte van 50 roeden braak gelegen. Honderd jaar later (in 1753) stond er een nieuw "pastorael huys" op een terrein van 70 roeden. Hoe de "curehofstede" opnieuw in verval geraakte is op geen enkele manier overgeleverd.

 

In 1758 legde proost Fulgentius Biebuyck de eerste steen van dit prachtige gebouw. De voorgevel heeft een deuromlijsting in arduin (spiegelboogomlijsting) in Louis XV-stijl en een glazen waaier boven de voordeur. Dit dubbelhuis telt twee verdiepingen, heeft hoge steekboogvensters met negblokken en lekdrempels en een zadeldak (leien) met drie houten dakkapellen. Het is een baksteenbouw met gecementeerde plint. In 1860, na meer dan honderd jaar, werd het huis grondig gerestaureerd met o.a. veertien nieuwe ramen met marmertabletten, de kamers werden behangen en geschilderd, een marmeren schouw werd geplaatst, een nieuwe poort, washuis, regenbak en pomp gemaakt. In 1872 krijgt het kerkbestuur de toelating om deze hof af te sluiten met een muur langs de kant van de straat naar Asse.

 

In 1971 krijgt, onder impuls van burgemeester L. Verdoodt en met de goedkeuring van E.H. pastoor Van De Voorde en de kerkfabriek de pastorie een nieuwe bestemming als gemeentehuis. De pastoor nam zijn intrek in het oude gemeentehuis. In 1975 werden zowel de pastorie als de pastorietuin tot monument beschermd. Met de fusie in 1977 tussen Hekelgem, Essene en Teralfene kwam er een gemeenschappelijk gemeentehuis en verloor dit historisch pand zijn bestemming en raakte in verval.

In 1995 stond in de kranten: "Pastorie te koop". Dit lokte, terecht, heel wat protest uit. Zelfs op ministerieel vlak ging men er zich mee bemoeien. De gemeente liet het gebouw uit handen gaan omdat ze struikelde over de prijs van de geschatte renovatiewerken (ruim acht miljoen). De kanunnik van het aartsbisdom Mechelen zette het licht op groen voor de koper. Zo komt het dat de pastorie nu in handen is van de familie Galle-Michiels die samen met  architectenbureau Robbrecht en Daem uit Gent er een geslaagde restauratie van maakte, met veel respect voor het oorspronkelijke pand maar ook met een van goede smaak getuigende moderne aanbouw.

 

TUINPAVILJOEN: ontwerp door het architectenduo Robbrecht en Daem uit Gent (1999-2000):
De aanbouw is eigenlijk een houten structuur over twee verdiepingen waarvan de buitenkant bekleed is met lood. Het volume is zorgvuldig in verhouding gebracht met de pastorie en de indrukwekkende tuinmuur. De keuken en living nemen de benedenverdieping in terwijl  op de eerste verdieping de grote open ruimte kan dienen voor verschillende activiteiten (extra logeerkamer, rustkamer, fitnes). Van op die hoogte is er een prachtig uitzicht op de omringende tuinen en de kerktoren. Er werd veel aandacht besteed aan de juiste lichtinval.


Het materiaal, de omvang en de structuur van deze aanbouw staan in fel contrast met het statige metselwerk van de pastorie. De nieuwe aanbouw lijkt op zichzelf te bestaan met een sterke vorm van autonomie ten opzichte van de rest van de architectonische eenheid. Het ritmisch herhalen en de diepte van de houten structuur schermen de binnenkant af terwijl ze tegelijkertijd de confrontatie met deze idyllische, onwerkelijke plaats verzachten.

 

Het gaat hier dus om een volledig houten structuur die bestaat uit gelamineerd grenen kolommen en balken die langs de binnenkant zichtbaar zijn maar bekleed met een andere houtsoort, nl. eikenhout.

Langs de buitenkant is het hout bekleed met loden strippen. Tussen het hout en het lood zit vilt om de drukverdeling te regelen (uitzetten bij warmte, inkrimping bij koude). Het lood is geolied omdat het anders wit zou uitslaan. Er is geen speciaal onderhoud nodig.

De strippen zijn maximum 1m lang (omdat langere loden strippen zouden uitzakken) die met lipjes in elkaar pakken. Men werkt hiervoor van beneden naar boven toe.

 

De uitvoering van dit erg gespecialiseerd en precisie werk gebeurde door een Limburgse firma. Er zijn maar twee gespecialiseerde firma's in gans België die deze klus zouden kunnen klaren.

DE TUIN: ontwerp door landschapsarchitect Eric Dhont (1998-2000).

 

Eric Dhont is een van de meest vernieuwende landschapsarchitecten van ons land. Zijn werk kan met recht worden omschreven als hedendaagse tuinkunst. De elementen van zijn stijl worden uiteraard grotendeels bepaald door de natuur en de tuinbouw. Maar de grafische uitvoering en dromerige sfeer ervan zijn in tal van opzichten avant-gardistisch.


In de tuin is de zonnewijzer van 1801 zoek. De muur is geklasseerd en mocht niet afgebroken worden. Er werden wel twee gleuven gekapt om het uitzicht te verruimen. In de oude tuinmuur is een uitsnijding gemaakt (de enige doorgang van de aanbouw naar de tuin) die met een dik blad massief koper bekleed werd en met indrukwekkende  schroeven vastgezet. Een geplaveid voorpleintje grenst aan een gevel van de pastorie en leidt de bezoeker naar de toegangsdeur (vroegere achterdeur). Het werd helemaal herwerkt zodat een trap die je daarachter vermoedt de verbinding kan maken met het verwilderde gedeelte van de tuin. Aan de oostkant wenkt een hoge pergola in geschilderd hout. Zij opent de weg naar het zuiden. Haar verhoudingen leiden de blik opwaarts wat haast vanzelfsprekend aanleiding geeft tot een dialoog met het hoge bouwwerk (ruimtelijke hiërarchie).


Een andere geslaagde realisatie van deze landschapsarchitect is het ontwerp  Tuin Kasteel van Gaasbeek (een labyrint van de geest).