
Geschiedenis van de brouwerijen in Affligem
BROUWEN: EEN EEUWENOUD AMBACHT.
Het is algemeen geweten dat onze voorouders graag bier dronken. Maar zij waren niet de enigen. Ook in het Midden-Oosten en Noord-Afrika hield men van een pot schuimend bier. Het brouwen heeft een lange geschiedenis. We begint dan ook met een korte schets van de evolutie van het brouwen van bier. Daarna volgt een overzicht van de brouwerijen die er in Affligem waren voor zover ze nog zijn op te sporen.
EEN OUD EGYPTISCH RECEPT. 'Om bier te maken moet men gerst laten weken gedurende een dag, daarna laten rusten en verder weken. In een laag als zeef doorboord vat gieten, laten drogen tot er vlokken ontstaan en dan blootstellen aan de zon tot het mengsel begint te werken'. Dit Egyptisch recept uit de Oudheid toont aan dat bier al heel lang werd gebrouwen. Samen met mede en wijn behoort het tot de oudste gegiste dranken. Mede, bereid uit gegiste honing was de drank van de Kelten uit de wouden van Midden- en West-Europa. Wijn werd gedronken in het milde klimaat van de gebieden rond de Middellandse Zee en de Kaukasus waar de druif wilde gedijen. De volkeren uit de vruchtbare valleien van de Eufraat en de Tigris en van de Nijl legden zich toe op de graanteelt en dronken bier.
Maar voor de oorsprong van het bier moeten we naar Mesopotamië, het gebied tussen Eufraat en Tigris, waar stenen platen werden gevonden, 6.000 jaar oud, met afbeeldingen van het brouwen. In het Louvre is er zelfs een document van 7.000 voor Christus dat een offergave van gerstebier aan de godin Nié Harda voorstelt. En het British Museum bewaart een 5.000 jaar oud document dat een bieroffer aan een godin voorstelt. Hamoerabi, koning in Babylonië omstreeks 2.000 voor Christus, liet een hele reglementering opstellen over het brouwen en het schenken van bier. Ook in het oude Peru en in de beginfase van de Chinese beschaving kende men al de techniek van het bierbrouwen. De Romeinen leerden het bier in Egypte kennen waar het gerstenwijn werd genoemd. Ze dronken liever wijn, dat is algemeen geweten, maar in gure streken verbouwden ze graan en brouwden er een soort bier mee
Brochure downloaden

Hopasten Affligem
Hop is als een groene (lei)draad met Affligem verbonden
Wie vroeger in de zomermaanden de heuvelachtige streek van Affligem bezocht werd getroffen door de groene hopvelden, het sieraad van onze streek. Schoon zijn de hopvelden in de zomer wanneer de ranken het toppunt der staken bereikt hebben en met honderden bellekens prijken.
In loodrechte lijn beplant en buitengewoon onderhouden, steken de hopvelden sterk af tegen graanakkers wier goudgele halmen heen en weer wiegelen. Dat de hopteelt in Affligem goed boerde heeft ze waarschijnlijk te danken aan de Abdij Affligem.
Hop is als een groene (lei)draad met Affligem verbonden en heeft Affligem laten groeien tot de mooie gemeente welke ze nu geworden is. Wat overblijft van onze Affligemse hopcultuur moeten we als erfgoed bewaren, als een dankbetuiging aan onze hopboeren en hopteelt. Het is een schone cultuur die hop, het is een verheven plant en ze reikt hoog in de lucht, zou men ze niet méér ophemelen?
Met deze brochure, die je kan downloaden, willen we de nostalgie en romantiek van onze hopverleden ontdekken en de jeugd stimuleren meer aandacht en eerbied te geven aan wat onze voorouders hebben nagelaten.
Hopasten brochure

Bedevaart naar Abdij Affligem en Kluiskapel
Een bedevaart is een ingetogen reis naar een religieuze of spirituele plaats. Bedevaarten kennen een lange geschiedenis. Er kan worden aangenomen dat de behoefte om naar sacrale plaatsen te trekken universeel is en van alle tijden in alle wereldgodsdiensten.
De Mariadevotie in de abdij Affligem kwam reeds tot stand onder de eerste abten die Mariavereerders waren. Pas in de tijd van de contrareformatie nam de Mariadevotie als volksdevotie een hoge vlucht in het begin van de 17de eeuw. In 1624 stelde de toenmalige proost Van Haeften de processie in op het feest van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart.
Honderd jaar geleden werd dit jubeljaar 1924 gevierd met een Mariacantate van componist A. Verhaegen in de abdijtuin met een 7000 aanwezigen. Over de start Mariaverering aan de Kluiskapel tast men eerder in het duister.
Er zou reeds een Keltische cultus rond een breedeik en een broncultus geweest zijn in de omgeving van de kapel. Later kwam er de cultus rond de Heilige Radulfus (feestdag 30 april), één van de kluizenaars en monnik abdij Affligem uit de 12de eeuw, die in de Kluiskapel begraven werd. De relieken kregen allerhande wonderbaarlijke en geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld.
Wanneer de Radulfuscultus verdrongen werd door de Mariaverering is niet geweten. Volgens Hendrik Van Caelenberghe zou dit in eind 12de eeuw-13de eeuw geweest zijn. Dan zou het 15de-eeuws insigne dat hij gevonden heeft in Arnemuiden mogelijks toebehoren aan de Kluiskapel Hekelgem en van grote waarde zijn voor ons erfgoed.
Het middeleeuws succesverhaal van de bedevaarten bleef niet overal overeind. Aan het einde 19de en 20ste eeuw leefde de bedevaartstraditie opnieuw op doordat de Kerk en het geloof in die periode opnieuw hoogtijdagen beleefden. Ook in de abdij Affligem was er wederopbloei van de devotie tot Benedictus met een eerste bedevaart in 1871 en later bij de terugkeer van het miraculeus Mariabeeld uit Dendermonde bedevaarten naar beide heiligen met hun beelden elk onder een baldakijn links en rechts voor het koor in de neogotische kerk.
Aan de Kluiskapel was er een heropbloei vanaf 1911 met een Kluizenkermis en begankenis rond de Mariakapel om haar voorspraak af te smeken voor een gunst, vooral tegen kinderziekten en koorts en voor een vlotte bevalling, of om haar te eren of haar te bedanken. Vanaf de jaren '60 verloren veel mensen hun geloof in de Kerk en dit had tot gevolg dat er minder en minder mensen op bedevaart gingen.
Mieke Verhaege Gidsen Affligem
Download "Op Bedevaart"